Bang zijn voor angst

Als je ergens bang voor bent betekent dat niet dat het ook eng is. Ik ben heel lang bang geweest voor honden, terwijl de meeste helemaal niet gevaarlijk zijn. Veel mensen zijn bang voor spinnen, terwijl die je weinig schade kunnen berokkenen. Mensen zijn bang voor vanalles en nog wat zonder dat er daadwerkelijk gevaar is.

De meeste mensen nemen hun angsten (en die van anderen) heel serieus. Met name in het onvoorwaardelijk ouderschap mag een kind bang zijn, het mag tenslotte voelen wat er is.

Het heeft alleen geen enkel nut om tegen je kind te zeggen dat het iets helemaal mag voelen, terwijl angst helemaal geen voelen is. Angst zijn gedachten. Angst zit in je hoofd, niet in je ziel of hart.

Je kunt het vergelijken met wilde dieren. Die zijn van nature niet chronisch bang. Die hebben hun instinct en als er daadwerkelijk levensgevaar dreigt dan ervaren zij stress en gaan ze in de vlucht, vecht of bevriesmodus.

Mensen ervaren tegenwoordig het leven als een groot gevaar, waardoor zij altijd in die stressreactie leven. Het leven en vooral de dood wordt als een gevaar gezien en dus gaan mensen in de overlevingsstand.

Tegen je kind zeggen dat het helemaal oké is als hij of zijn bang is is dus niet anders dan bevestigen dat er gevaar is. Terwijl dat er niet is. Je bevestigd dat spinnen, de dood, anderen kinderen of de juf gevaarlijk is en dus eng. En door die bevestiging bevestig je angst als prima raadgever.

Als iedereen angst zou zien voor wat het werkelijk is, ongezonde, onnatuurlijke gedachten die gevoed worden door het systeem waarin we leven en vandaaruit zou gaan handelen, dan zouden we pas echt gaan dealen met angst, want dan zouden we het aankijken en er om lachen wat we zelf allemaal verzinnen om maar niet te durven leven. Dan komen we bij onvoorwaardelijk leven, leven vanuit aankijken wat er werkelijk is, en dat is niet de angst, dat is de gijzeling door je eigen gedachten zien als werkelijkheid.