Het was 5:30uur, pikkedonker ondanks de volle maan en ik stond op een onzichtbaar rotspad op een klif van tien meter hoog boven de atlantische oceaan. 

Ik was absurd vroeg wakker geworden die nacht en besloot om er met Lobi op uit te gaan voor een wandeling. Ik realiseerde mij 100 meter van huis dat ik de hoofdlamp was vergeten, maar het was volle maan dus ik liep niet terug om hem te halen. 

Na een wandeling over het strand bedacht ik mij dat ik graag de zonsopgang vanaf de klif wilde zien. Dus ik liep naar boven en nam een klein paadje de kliffen op, op een stuk waar ik nog niet eerder was geweest. Het was er pikdonker want de maan was aan de andere kant van de berg.

Terwijl ik liep werd het pad steeds smaller, onbegaanbaarder en moeilijk te onderscheiden. Vanaf een bepaald punt was het vooral rots dat schuin omhoog en omlaag liep. Ik had Lobi bij mij aan de riem, want vanwege het donker durfde ik haar niet los te laten. In de ene hand dus de riem, in de andere mijn telefoon met de zaklamp aan. Ik liep, klom en realiseerde mij met elke stap dat het belachelijk gevaarlijk was wat ik aan het doen was. Tot ik lichte paniek voelde opkomen. Wat ben ik nou eigenlijk aan het doen?!

Ik stopte even, ging zitten en voelde twee opties: ik ga nu hier zitten en wacht tot het licht wordt of ik probeer de weg terug te vinden. Het werd de laatste optie.

Ik draaide om en bij de eerste stap schoof ik onderuit. Ik haalde mijn vinger open aan de stenen toen ik mijzelf opving met mij hand. Heel voorzichtig klom ik terug. Nog steeds mijn handen vol aan de riem en de zaklamp. Maar het lukte. Ik kwam weer op het bredere pad en uiteindelijk op de stoep terecht. Ik had geen zin meer om naar de zonsopgang te kijken. 

Toen ik thuis kwam en ik het tegen Robbert vertelde begreep ik niet waarom ik het had gedaan, waarom ik zo ver was gegaan en mijzelf in zo’n gevaarlijke situatie had gebracht. Als ik (of Lobi) was uitgegleden had ik echt van de klif af kunnen schuiven. Toch voelde ik geen angst, ik was niet bang om te vallen en niet bang om mij pijn te doen (of erger). 

Ik voelde avontuur en het gevoel mijn grenzen te verleggen. De paniek was mijn grens. Vanaf dat moment werd het gevaarlijk vertelde mijn intuïtie mij. En daar heb ik naar geluisterd.

Tot een paar maanden geleden zou ik dit nooit gedaan hebben. Zou ik niet eens in het donker zijn gaan wandelen door de duinen en over het strand. Laat staan dat ik een bergpaadje had bewandeld. Het gevoel van angstloos zijn is heerlijk. Er kan mij niets gebeuren als ik maar goed blijf luisteren naar mijn intuïtie. Zolang ik mijn stroom blijf volgen kan mij niets gebeuren. Ik kan dus de grenzen opzoeken want die zijn glashelder. En als ik ze bereik dan keer ik om. En nu ik weet dat dat een grens is hoef ik het ook niet nog eens te proberen. Het was een mooi, spannend eenmalig avontuur.

NederlandsEnglishDeutsch